|
             
|
 |
De Oeteldonkse
Geschiedenis |
 |
|
Oeteldonk kent een rijke
historie, die begint aan het einde van de negentiende eeuw. Maar: de
historie van het carnaval in ’s-Hertogenbosch gaat nog veel verder
terug! In de eeuwen voor de stichting van Oeteldonk werd een stevig
fundament gelegd, waarop Oeteldonk verder uitgebouwd kon worden.
De periode tot
1882
Vastenavond - Carnaval, of
"vastenavond", bestaat al sinds de Middeleeuwen. De voornaamste
verklaring
|

|
Het schilderij
Het gevecht tussen
Carnaval en Vasten
Pieter Brueghel.
Carnaval en
Vasten was het gevecht tussen vrome hongerlijders en
liederlijke feestvierders. In de wereld waarin
Pieter Bruegel leefde was de strijd voor het bestaan
een dagelijkse zorg. Op de vraag wat we morgen
zullen eten was dan ook niet zo eenvoudig een
antwoord te vinden. |
|
voor het ontstaan van het feest
is dat mensen blij waren dat de dagen, na de vaak barre winters, weer langer werden. Een
donkere periode werd afgesloten en er werd aan een periode van
voorspoed begonnen. In de lente gaat immers alles weer groeien en
bloeien en zal er dus weer voedsel in overvloed zijn: reden genoeg
om de bloemetjes eens flink buiten te zetten! Het woord
“Vastenavond” of “Vastelavond”, zoals carnaval vaak ook wel wordt
aangeduid, komt van het Germaanse woord “Faselen”, dat met
vruchtbaarheid te maken heeft. Eigenlijk was carnaval van oudsher
dus een feest waarin de mensen vooral het lengen van de dagen en de
vruchtbaarheid van gewas, mens en dier vierden. Pas later is
carnaval onder invloed van de Rooms Katholieke Kerk direct gekoppeld
aan de kerkelijke kalender en de vastenperiode. De overeenkomst
tussen de woorden “faselen” en “vasten” kwam de Kerk dan
ook helemaal niet slecht uit. Tijdens het feest, zo vlak voor de
Vastentijd, konden de mensen zich nog eens goed uitleven voor de
sobere veertig dagen van het vasten begonnen. Er zijn,
onder meer in het Mirakelboek van de Sint Jan, bewijzen
|
gevonden dat al in 1444
gesproken werd over “vastelavond”. Kortom: het feest wordt in
’s-Hertogenbosch al meer dan 550 jaar gevierd en zit dus al
eeuwenlang in het bloed van de Bosschenaren! Carnaval werd in de
Middeleeuwen overigens wel op een geheel andere wijze gevierd dan nu
het geval is. Zo is van een van de belangrijkste hedendaagse
elementen van het carnaval, de optochten, niet bekend of deze ook
|
tijdens de Middeleeuwen voorkwamen. Wel vonden
openbare toneelvoorstellingen, spelen en hanengevechten
plaats. Van verkleedpartijen, die ook nu nog volop
plaatsvinden, was ook in de Middeleeuwen al sprake. De
mensen verkleedden zich als geestelijken en andere
gezagsdragers, die zo dus openlijk werden bespot. In onder
meer 1512 en 1565 werden verboden tegen dit soort
verkleedpartijen uitgevaardigd. Dat betekende echter niet
dat het carnaval uit ’s-Hertogenbosch kon worden verbannen.
De “Staatse” Periode -
Na de verovering door Frederik Hendrik in 1629 kwam de
vastenavond viering op een laag pitje te staan. De feesten
werden verboden maar verdwenen toch niet helemaal. Dat
blijkt wel uit het feit dat ieder jaar weer nieuwe verboden
moesten worden uitgevaardigd. Wederom een voorbeeld dat
carnaval onlosmakelijk verbonden is met het leven in de stad
’s-Hertogenbosch en haar inwoners.
De Franse tijd en
daarna -
In de
Franse tijd (einde van de 18e eeuw) werd de manier waarop
carnaval werd gevierd uitbundiger en omvangrijker. De
Fransen brachten godsdienstvrijheid en gelijkheid, dus ook
het katholieke vastenavondfeest mocht weer “aan de
oppervlakte komen”. Dat neemt niet weg dat uitwassen
hardhandig de kop werden ingedrukt als dat nodig was en er
strenge verboden golden.
Toch was sprake van een bloei ten opzichte van de “Staatse”
periode. Optredens in de open lucht werden toegestaan, zodat
ook toen al van “straatcarnaval” sprake was. Er verschenen
carnavalskrantjes, waarin de draak werd gestoken met de
bovenklasse van de samenleving en op parodiërende
wijze over dagelijkse gebeurtenissen werd verteld.
|

|
Advertentiebord van de Oeteldonksche club van 1882
ten behoeve van de ledenwerving. Origineel bij Aauw
Archief Stichting Oeteldonksche Club van 1882 |
|
Er werden bals georganiseerd
in sociëteiten en bij verenigingen, vaak bedoeld voor de gegoede
burgerij.
|

|
Boerenbruiloft met optocht door de Polderclub. Wagen
met schip 'Nieuwe Zorg'. Tegen het stadhuis op een
bord bevinden zich affiches van Casino en de
oeteldonksche Club. |
|
Dat was
echter niet voor iedereen weggelegd. De “gewone” burger vierde het feest dan ook gewoon thuis,
in het café of op straat. Het carnavalsfeest zoals de
normale burger dat vierde, liep vaak uit de hand. Er was
bijvoorbeeld sprake van buitensporige openbare dronkenschap
en vechtpartijen. Tegen deze "mis-standen" kwam in
's-Hertogenbosch eind 19e eeuw veel verzet vanuit de
burgerij. Een herhaaldelijk verzoek aan de gemeente om het
feest te verbieden strandde, omdat ondernemers en de
bevolking het feest toen al zo massaal omarmd hadden, dat de
gemeente er niet meer omheen kon. Toen in 1881 ook de
geestelijkheid, bij monde van bisschop Mgr. A. Godschalk,
zich er zich mee bemoeide was dat aanleiding voor enige
Bosschenaren uit de gegoede middenstand
om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest.
In plaats van wat de bisschop had beoogd (namelijk
het verdwijnen van het feest), zorgde de inmenging van de
bisschop er
juist voor dat
|
carnaval een
enorme impuls kreeg: het was gewoon olie
op het vuur! Uiteindelijk was het “verbod” van de bisschop een van
de belangrijkste redenen voor de stichting van het Durp Oeteldonk.
|

|
De
prinsenwagen in de optocht van 1892 langs de
Zuid-Willemsvaart met prins Amadeiro II |
|

|
In
1952 de erkenning van de burgerlijke overheid door
de eerste officiële ontvangst ten stadhuize van
Z.K.H. Prins Amadeiro |
|
De periode na
1882:
de Stichting van Oeteldonk en daarna
Ontstaan van Oeteldonk -
Naar aanleiding van de “banvloek” van de bisschop, kwamen enkele
carnavalsminnende jongeren bijeen in café Plaats Roijaal, dat toen
gevestigd was in de straat Achter
|
 |
het Stadhuis. Daar smeedden zij
een plan waarin iedereen
zich zou kunnen vinden. Het doel was om carnaval voor
’s-Hertogenbosch te behouden en het idee was om dat te doen
door het carnavalsfeest te veredelen, door er allerlei
nieuwe elementen aan toe te voegen. Zij bedachten de formule
van Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine stad
's-Hertogenbosch zou voor drie dagen omgedoopt worden in het
dorp Oeteldonk. Iedere inwoner van de stad werd dan boer of
"durske" en aan het hoofd een van de gemeente een
“burgervaojer”' (Peer van den Muggenheuvel). Deze
burgervaojer werd in 1882 voor het eerst groots ingehaald
door de kersverse Oeteldonkers. Een gedenkplaat op de
Wilhelminabrug herinnert aan dat feit.
|
In
1881 verzond Mgr. A. Godschalk een circulaire "Aan
de Geestelijkheid en de Geloovigen der Stad" waarin
de kerkvorst zijn "afschuw en hartzeer" bij het zien
van zoveel "ontstichting" uitsprak en waarbij hij
tevens het veertigurengebed instelde om door middel
van gebed tijdens de vastenavonddagen het volk van
de straat te houden. |
Op 1 oktober 1882 werd de
Oeteldonksche Club opgericht om het initiatief uit te werken
en te begeleiden. Het jaar daarop (op 5 februari 1883)
voegde men een nieuw element toe, namelijk het bezoek van
“Z.K.H. Prins Amadeiro, Ricosto de Carnavallo, Heer en
Meester van Oeteldonk en omliggende
watervrije moerassen”, zoals een aanplakbiljet uit 1883
vermeldt. Een grote optocht met praalwagens
begeleidde hem bij zijn intocht. In essentie is dit
|
gebruik
tot op heden niet veranderd. Wel is de naam van de
Prins in de loop der jaren uitgebreid met meerdere titels. De
titulatuur van de Prins luidt nu: “Zijn Koninklijke Hoogheid Prins Amadeiro, Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en
Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en
zandwoestijnen, enz., enz., enz.” Oeteldonk was meteen een groot
succes. De eerste
|
optocht (op maandag 6
februari 1882) trok meteen al 28.000 bezoekers.
In de jaren daarna kwamen al mensen vanuit heel het land
naar de optochten kijken en het feest in Oeteldonk
meevieren. Er werden zelfs vanaf 1884
speciale nachttreinen
ingezet, om de bezoekers veilig thuis te brengen. Ook lokaal
ontving de organiserende Oeteldonksche Club veel lof.
Kortom: Oeteldonk was van meet af aan enorm populair!
Rond de eeuwwisseling
- In de jaren 1888 tot 1891 vonden, onder andere in
verband met een tekort aan deelnemers, geen Oeteldonkse
optochten plaats. Wel werd het ontstane “gat” enkele jaren
opgevuld door andere nieuwe clubs (de Klompenclub en de
Kreppeneindsche Club), maar die gingen ook weer snel ter
ziele. In 1891
was er in het geheel geen optocht: een dieptepunt. Dit dieptepunt schudde
echter een
|

|
Prins
en gevolg in koetsen tijdens de intocht van 1933 |
|
hoop mensen
wakker: mensen die Oeteldonk een warm
hart waren blijven toedragen. En zo kwam er op 29 februari
1892 weer gewoon een Oeteldonkse optocht, die zelfs werd
gesubsidieerd door de gemeente. Maar ook op andere gebieden
bleek de Oeteldonksche Club haar plek in de maatschappij te
hebben gevonden. Tegenstand was er echter ook, met name uit streng-katholieke en gereformeerde hoek. Een verzoek tot
verkorting van de openingstijden van cafés haalde het echter
niet. Daarvoor leefde Oeteldonk inmiddels te sterk in de
harten van de Bosschenaren.
|
Afschaffing en herstel -
In de eerste decennia van de twintigste eeuw, leefde Oeteldonk
soms tussen hoop en vrees. Zo werd carnaval van 1915 tot
1919 als helemaal afgeschaft beschouwd, onder meer in
verband met de Eerste Wereldoorlog.
|
Thijssen had een voorstel daartoe In 1914 nog niet
gedurfd, omdat er naar zijn mening "niet één stem
voor zou te vinden zijn". Nu vond hij er de tijd
blijkbaar wèl rijp voor en stelde in de
gemeenteraadsvergadering van is maart 1917 de
algehele afschaffing van carnaval aan de orde. |
Dat
betekende natuurlijk niet dat de Bosschenaren het er echt
bij lieten zitten: achter gesloten deuren werden wel
degelijk bals gehouden en werd feest gevierd. In 1920 werd
de carnavalsviering toch weer toegestaan, ook al werden de
sluitingstijden wel vervroegd en werd bijvoorbeeld een
verbod op maskers en sterke drank ingevoerd. Dat laatste
verbod sneuvelde echter al in 1921, omdat dit verbod er voor
zorgde dat mensen in de dagen voor carnaval de slijterijen
massaal leeg kochten en vervolgens zo mogelijk nog meer
beschonken raakten. De herinvoering betekende niet dat de
tegenstanders zich niet meer lieten horen: tot vlak voor de
Tweede Wereldoorlog werd regelmatig voor afschaffing of
beperking gepleit. Pas vanaf 1936 leek van een definitieve
acceptatie sprake, maar de Tweede Wereldoorlog maakte aan
deze opleving (gelukkig maar tijdelijk!) een einde. |
 |
|

|
Onthulling van Boer Knillis in de jaren 60 |
|
Oeteldonk definitief in bloei -
Na de oorlogsjaren, waarin
uiteraard geen openlijke
carnavalsfestiviteiten
plaatsvonden, vond Oeteldonk langzaam weer haar plaats in de
samenleving. In 1946 vond weer een optocht plaats, die
overigens bijna door de regering werd verboden, omdat men
vreesde dat dit “stagnatie van de productie” teweeg zou
brengen. Voor het laatst in 1951 stond carnaval prominent op
de politieke agenda, omdat de sluitingstijden weer zouden
moeten worden vervroegd. Dat voorstel haalde het niet.
Sindsdien is het Oeteldonkse carnaval niet meer ter
discussie gesteld. In het jaar erop (1952) werd Prins
Amadeiro zelfs voor het eerst door de burgemeester op het
bordes van het Stadhuis ontvangen: een traditie die tot op
de dag van vandaag voortduurt. Oeteldonk is nu diep ingebed
in de Bossche samenleving en heeft een enorm draagvlak onder
alle lagen van de lokale bevolking. Oeteldonk is vandaag de
dag een springlevend dorp, met heel veel vrijwilligers en
veel enthousiaste boeren en durskes, die elk jaar weer het
bezoek van hun Hoogheid tot een waar volksfeest weten te
maken. Een feest dat de Bosschenaren werkelijk in het bloed
zit: de lange, kleurrijke geschiedenis van Oeteldonk is daar
het bewijs van! |
|

|
Een
narrenkop uit 1946 die de bekroning vormde van de
vaandel-stok van het Oeteldonkse vaandel. |
|
Oeteldonk op zunné kop
van de cv De Tierelantijnen |
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
>>
Unnen hillen ted niks, veul volk, de pliesie en
dan...
De
Oeteldonkse Grote optochten 1882 - 2004
Rob van de Laar ISBN
9070706717
>>
stadsarchief
>>
oeteldonk.org |
 |
|
     
|
|